De Heerenbrink
Het landgoed en buitenhuis de Heerenbrink is rond 1550 ontstaan. De naam is mogelijk afkomstig van het woord herdersbrink. Dat was een wat drogere plek waar herders hun schapen bijeenbrachten. In 1616 kwam in ieder geval de naam 'Hyerdenbrinck' al voor. Rond 1300 stonden ook al schaapskooien in dit gebied. Die werden 'schotten' genoemd, vandaar de naam van boerderij Kraaijenschot. De mest werd gebruikt om de ontgonnen stukken grond vruchtbaarder te maken.
Halverwege de middeleeuwen begon men akkers aan te leggen. De Heerenbrink hoorde toen bij havezathe De Breedenhorst, net zoals het Kraaijenschot en het Rozendael.
Op de plek van De Heerenbrink heeft vermoedelijk eerst een spijker (graanopslag) gestaan. Die werden metestal op verborgen plekken gezet, omgeven door water, om rovers te ontmoedigen.
De eerste bewoner van het landgoed die wordt vermeld, is in 1583 Geert van Wullen, later Gerard van Wullen genoemd. Het buitenhuis werd in die tijd nog havezathe genoemd, maar was dat officieel niet omdat de bewoners niet tot het gereformeerde geloof behoorden. In 1603 werd Jasper ten Holte belastingplichtig voor De Heerenbrink. Al snel daarna, in 1606, erfde eerste Warner ten Holte en al in 1614 Cecilia ten Holte de Heerenbrink
1650 was het landgoed van Frans Ignatius van Oldeneel die was getrouwd met Cecilia ten Holte. Vanaf dat jaar volgen de familieleden Van Oldeneel elkaar in rap tempo op als heer of vrouw van De Heerenbrink. De laatste was de weduwe A.M. Knoppert-van Oldeneel in 1832. De Heerenbink was toen bijna 33 ha groot.
Er waren twee boerderijen op het landgoed. Een daarvan was een bouwhuis, de andere boerderij Vrolijken (Nieuwe Wetering 25). Het herenhuis met zuidelijk bouwhuis en boerderij Vrolijken werden in 1842 afgebroken. Afbraak leverde veel geld op want de meeste materialen werden elders hergebruikt. Vooral stenen waren duur. Ook de 'havezathe' zelf werd in 1845 gesloopt. Er was nu nog één bouwhuis over. Daar kwam in 1841 Henricus Luttenberg als pachter op, maar toen hij de kans kreeg, kocht hij het.
In 1921 bouwde Willem Luttenberg een nieuwe boerderij. Zijn nazaten hebben er gewoond tot 1947. Daarna kwam H.E. Hollak op de boerderij. Zijn zoon stopte met boeren, bouwde de boerderij om tot woonhuis en de stallen worden nu gebruikt als paardenpension. Ook is er een grote overdekte manege verrezen.
Colofon
Oud Boerenland, deel 4, Herman Overkamp, 2016, Vereniging voor Heemkunde Omheining

