ca. 1425
Heinose molen
De eerste windmolen bij het dorp was de ‘Heinose Molen’, een graanmolen gebouwd vóór 1423. De molen was geheel van hout en zodanig gebouwd, dat hij rond een geweldig zware verticale spil, de standerd, met de wieken naar de wind kon worden gedraaid. Deze ‘Heinose molen’ stond aanvankelijk aan de Molensteeg, nu Molenweg, en behoorde bij havezathe de Breedenhorst. Tussen 1759 en 1780 werd hij afgebroken en herbouwd aan de Nieuwe Wetering bij Lierderholthuis. De molen is in zijn respectabel lange geschiedenis vaak van eigenaar veranderd. Gedurende de negentiende eeuw was hij in het bezit van de familie Lindeboom. In 1909 verkocht de familie de molen met bakkerij, winkelhuis en land aan L. Koopman. Twee jaar later werd de bijna vijfhonderdjarige door brand verwoest.
Nieuwe Lenther Molen of Molen van Hooglugt
Een veel modernere molen was die van ‘Hooglugt’ of de ‘Nieuwe Lenther Molen’, gebouwd tussen 1795 en 1799 door K. van den Berg. Deze hoge stellingmolen stond op de hoek van de Zwolseweg en de Lentheweg. Vanaf 1838 was de molen generaties lang in bezit van de familie Hooglugt. Hij diende niet alleen om koren te malen, maar ook om olie te persen. In 1896 waren er al plannen om de maalderij met een motor aan te drijven. Ondanks de plaatsing van een petroleummotor bleef het wiekenkruis lang intact. In 1943 werden wieken en staartbalken ten slotte verwijderd. Hoewel Vereniging De Hollandsche Molen en het college van burgemeester en wethouders van Heino de molen wilden behouden, bleken er onvoldoende fondsen voor restauratie beschikbaar. In 1945 werd de molenromp tijdens de bevrijding in brand geschoten. In 1946 volgde sloop van de ruïne.
Kloostermansmolen of Molen van Rakhorst
Een molen die hierop veel leek was de ‘Kloostermansmolen’, later ook de ‘Molen van Rakhorst’ genoemd. Deze eveneens hoge stellingmolen werd tussen 1850 en 1852 gebouwd aan de Marktstraat. Hij diende als koren- en pelmolen. De namen verwijzen naar de eerste en laatste eigenaar. In 1922 werd de molen gesloopt.
Kleine Zaagmölle
Heino heeft zelfs een zaagmolen gehad. De ‘kleine Zaagmölle’, vermoedelijk gebouwd in de jaren zeventig van de negentiende eeuw, stond aan de Bouwhuissteeg, nu de Vlaminckhorstweg, bij de Dolderakkers. Hij werd waarschijnlijk gebouwd door J.H. Dekker en behoorde bij het timmerbedrijf van de familie Vrielink, ook genaamd Dekker. Omstreeks 1910 is deze molen afgebroken. Uit oude rekeningen heeft men opgemaakt dat de Zaagmölle in vroegere eeuwen een grotere voorganger heeft gehad.
Watermolens
Het laaggelegen westelijke gebied rond Heino had vroeger regelmatig te lijden van hoge grondwaterstanden en overstromingen. Al in 1456 stond er een windmolen met scheprad aan de Hoofdgraven langs de Hagenweg. Omdat deze het land onvoldoende droog hield, werd in 1491 een tweede molen bij het Stickerszijl gebouwd, nu de Aalvangersbrug. In 1768 werden beide molens vervangen door één grote molen van een moderner type. S.E. Kortenbosch werd de eerste beroepsmolenaar in dienst van het waterschap. Na hem vervulden zeven molenaars dezelfde functie. Deze molen heeft tot 1917 dienst gedaan. Al in 1862 bestonden plannen om op stoombemaling over te gaan, maar de molen werd ten slotte in 1917 vervangen door een elektrisch gemaal.
Molen van Overesch
De molen Overesch is de jongste van Heino. Deze kleine molen werd in de jaren 1920 gekocht om een drassig perceel van het bedrijf van de familie Overesch droog te malen. Het is een type dat in de Verenigde Staten werd ontworpen. Vandaar dat zo’n stalen molen ‘Amerikaanse windrotor’ wordt genoemd. Toen hij door het elektrische gemaal overbodig werd, raakte hij na 1970 in verval. Het molentje werd in 2003 gerestaureerd en is nu dus de enige resterende windmolen in Heino. Hij staat aan de Hondemotsweg bij de wetering.
Colofon
Canon van Heino, Vereniging voor Heemkunde Omheining, 2011

