De ‘winkel van Geertman’ was zo’n 115 jaar een begrip in Heino en omstreken. Zeker in de beginjaren kon je er van alles krijgen: van kleding tot levensmiddelen.
Knijpers, Den Kramer of Het Woltershuis
Geertman was niet de eerste winkelier op deze plek. Al in 1764 was hier de winkel gevestigd van een ver familielid van de familie Geertman, namelijk de uit België afkomstige Arnoldus Wolters. Hij was koopman, winkelier in kruideniers- en ellewaren, landbouwer en lid van de raad van de gemeente Heino. Zijn pand aan de Canadastraat 16 werd eerst Knijpers en later zowel Den Kramer als Het Woltershuis genoemd.
De komst van Geertman
Toen Arnoldus overleed, zette zijn zoon Wolter Wolters de zaak voort. Hij verbouwde in 1860 het pand naar woonhuis en winkel en trouwde met Antonia Tuïnk. Hoewel ze vier dochters kregen, had vermoedelijk geen van hen belangstelling voor de winkel. Een nicht had dat wel, Hendrika Antonia Tuïnk en zij was getrouwd met… Bernardus Antonius Geertman. Op 12 november 1873 werden zij ingeschreven in het bevolkingsregister van Heino.
Toen Bernardus en Antonia het winkeltje betrokken, zetten zij de lijn voort waarin al jaren was gewerkt. Heino’ers konden er voor van alles terecht en de winkel maakte naam tot in de wijde omgeving. Bernardus en een aantal van zijn zussen hielden zich ook bezig met het maken van kleding in de kleermakerij boven de winkel. Er was in die tijd nog geen confectie.
Kleding en manufacturen
In 1916 nam zoon Antonius Maria Josephus Geertman met zijn echtgenote Lucretia Maria Pelgröm de zaak over. Antonius begon de winkel te moderniseren en de verkoop van levensmiddelen werd beëindigd. Hij richtte zich vooral op kleding en manufacturen.
Na zijn overlijden nam zoon Gerhardus Josephus Geertman als enige zoon te midden van zeven dochters de winkel over. Hij werkte al vroeg mee in het familiebedrijf, dat in 1973 honderd jaar bestond, en leerde bijna iedereen uit het dorp kennen. In zijn winkel aan de Canadastraat 16 was een afdeling woninginrichting en hij verkocht er dameskleding, herenkleding en manufacturen. Het was een bescheiden en hartelijke persoon.
Na het overlijden van Gerard op 24 april 1990 werd het pand verkocht. Zijn echtgenote Maria Wilhelmina Theresia van Gurp was lichamelijk niet in staat de winkel voort te zetten en de drie dochters Lucy, Miriam en Judith hadden een andere levensinvulling gevonden.
Dochter Judith Geertman vertelt
“Mijn vader legde veel vloerbedekking bij katholieke mensen en dan vooral in de Vloedgraven (nu Het Wooldhuis). Vaak ging ik mee. Hij had geen personeel en geen auto, en dus deed hij de vloerbedekking achterop zijn brommer of liep hij door het dorp met een karretje met de meters vloerbedekking en zijn bruine tas met gereedschap erbovenop.
We hadden op zolder ook een plek waar bedden en kussens werden gevuld met kapok en een plek waar kokosmatten aan elkaar genaaid werden en waar meubels een nieuwe bekleding kregen. Dat deed mijn vader ook.
Mijn vader verkocht van alles, van kleren en kleinvak tot meubels en vloerbedekking. Soms verkocht hij bijvoorbeeld een bed, maar hij moest dan het oude bed wel meenemen. Hij begroef die spullen dan op de maandagmiddag in de tuin. De volgende eigenaar van het pand heeft veel zaken uit een ver verleden op kunnen graven.
Over de tuin gesproken, mijn opa rookte erg graag en erg veel. Maar in de oorlog was tabak duur en schaars en dus had opa tabaksplanten in zijn tuin gezet.”
Colofon
Middenstand in Boerenland, Vereniging voor Heemkunde 'Omheining', 2022 en aanvullende informatie daarop van Judith Geertman
Kwartaalblad Omheino, jaargang 2004, nummer 2.

