In de omgeving van Heino, Lierderholthuis en Laag Zuthem werd veel grond geschikt gemaakt het verbouwen van gewassen. Hierdoor nam de hoeveelheid bouwland toe en daarmee ook de graanoogst. Dat graag moest natuurlijk gemalen worden. Daarvoor werd al in 1423 een korenmolen gebouwd bij boerderij Molenstege (Molenweg 5). De eigenaar was de heer van De Breedenhorst. Om de molen beter bereikbaar te maken vanaf de Bredenhorstweg, wat toen de doorgaande weg richting Raalte en Deventer was, werd de Molensteeg aangelegd (nu Molenweg).
De Heinose molen was een standerdmolen, het oudste type. Zo'n molen is geheel van hout en kan rond een geweldig zware verticale spil, de standerd, met de wieken naar de wind worden gedraaid. Er kon koren mee worden gemaald, gerst geplet en olie geperst. Elders in Nederland bestaan ze nog steeds.
De Heinose molen stond dus aanvankelijk aan de Molensteeg. Het vervoer van goederen ging echter vaak per platbodem over de wetering. Dat ging beter dan met paard en wagen over de veelal slechte zandwegen. Tussen 1759 en 1778 werd de molen verplaatst naar de Bredenhorstweg, naast boerderij de Molenaar (Bredenhorstweg 15). Dit was mogelijk omdat de leenrechten van de eigenaren van de Breedenhorst waren vervallen. In 1783 werd daar een nieuwe bakkerij naast gebouwd (Bredenhorstweg 13).
De Heinose molen is vaak van eigenaar veranderd, maar gedurende de hele 19de eeuw was hij in het bezit van de familie Lindeboom. In 1909 verkocht de familie de molen met bakkerij, winkelhuis en land aan L.Th. Koopman. Twee jaar later werd de bijna 500-jarige molen (onder verdachte omstandigheden) door brand verwoest. Hij werd niet meer opgebouwd.
Colofon
Oud Boerenland, H. Overkamp, 2011-2018, Vereniging voor Heemkunde Omheining.
De Canon van Heino, 2011, Vereniging voor Heemkunde Omheining.
Diverse kwartaalbladen Omheino, o.a. december 1996, Vereniging voor Heemkunde Omheining.

