Kasteel Het Nijenhuis


Kasteel Het Nijenhuis
©:

1382

Het Nijenhuis heeft een zeer lange geschiedenis. De oudste vermelding dateert uit 1382. De bisschop van Utrecht gaf het ‘goet ten Nijenhuys’ dat jaar in leen aan Otto van Bymmen. Vanaf 1487 werd het kasteel twee eeuwen bewoond door de familie Van Ittersum. Met name Robert van Ittersum heeft ervoor gezorgd dat het Nijenhuis aan het eind van de zeventiende eeuw de aanblik kreeg die we in onze tijd nog kunnen bewonderen. Door verwerving van gronden, met talrijke erven en katersteden maakten de Van Ittersums er een groot landgoed van. 

Al die jaren (tot 1795) was het Nijenhuis een havezate, wat de hoofdbewoner recht gaf zitting te nemen in het provinciaal bestuur van de Ridderschap en Steden van Overijssel. Robert van Ittersum bracht het uiteindelijk tot landdrost van Salland. Alle bewoners van Salland moesten drostendiensten voor hem verrichten, bijvoorbeeld wegen en bruggen onderhouden en voor het vervoer van de bestuurders zorgen. Naast deze drostendiensten kregen de pachtboeren ook herendiensten opgedragen. Ze moesten zelfs in de zaai- en oogsttijd werken op het land van hun ‘heer’. Naast de levering van een deel van de graanoogst, moesten ze een geldbedrag betalen plus een ‘toepacht’: vette ganzen, hoenders, varkens of een karrevracht mest. 

Hoewel het Nijenhuis op het grondgebied van Wijhe ligt, is er altijd een nauwe band geweest tussen de bewoners van het Nijenhuis en Heino. Zo legde de familie Van Ittersum een laan aan, die in een rechte lijn naar de kerk van Heino liep. Deze laan werd de Nieuwendijk genoemd, nu de Stationsweg. 

Op hun beurt waren veel Heinoërs ook verbonden met het Nijenhuis. Ze werkten er eeuwenlang als tuinman, hovenier, koetsier of als hulp in de huishouding. Ook de pachters moesten ervoor zorgen dat het de kasteelbewoners aan niets ontbrak. Ze leverden graan voor de bakkerij, melk, vlees, groente en fruit voor de keuken. In de herfst hielpen Heinose boeren en hun knechten zo’n acht dagen met het dorsen van het door de pachters geleverde graan. Of het werk op de eigen boerderij in het geding kwam, telde niet. De baron was de baas. Hier stond wel tegenover dat het werkvolk bij tegenslagen en ziekte op hulp vanuit het kasteel kon rekenen. 

Langzamerhand verarmde de adel. Het geld ontbrak om het kasteel goed te onderhouden. In de eerste helft van de twintigste eeuw stond het kasteel geruime tijd leeg. Van 1942 tot 1952 werd het verhuurd als een opleidingscentrum aan de missionarissen van het Heilige Hart. Toen zij het kasteel verlieten, trad het verval snel in. Het dak was zo slecht dat bij regen het water langs de muren stroomde. 

De redding kwam toen Dirk Hannema in 1958 zijn bijzondere kunstverzameling in het kasteel onderbracht. Na een grondige restauratie kocht de provincie Overijssel het Nijenhuis en later in 1967 ook de parken. De meeste pachtboerderijen en de bossen werden door het Baron van Ittersumfonds opgekocht en samengevoegd tot het landgoed ’t Rozendael-’t Nijenhuis. Het kasteel is tegenwoordig ingericht als museum door de Hannema-De Stuers Fundatie en het prachtige park is toegankelijk voor het publiek. Jaarlijks bezoeken duizenden mensen deze locatie, die vroeger het domein van de adel was. 

Colofon

Canon van Heino, Vereniging voor Heemkunde Omheining 2011

Gerelateerde informatie


OnderwerpenFoto’s





Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Administrator)