Molen van Hooglugt


Molen van Hooglugt
© Foto voorblad: Vereniging voor Heemkunde Omheining, gepubliceerd onder de licentie/disclaimer: Vereniging voor Heemkunde Omheining

Op de hoek van de Zwolseweg en de Lentheweg stond tot 1945 een molen. In de volksmond werd hij de molen van Hooglugt genoemd, naar de familie die er meer dan honderd jaar woonde en werkte. Maar eigenlijk heette hij de Nieuwe Lenther Molen, naar de plek waar hij werd gebouwd, de marke Lenthe. Door een grenswijzing in 1818 kwam de molen in de gemeente Heino te staan.

1795
De molen werd in 1795 gebouwd door molenaar K. van den Berg. Er stond al een molen aan de Bredenhorstweg, maar deze was voor de boeren uit Heino behoorlijk ver weg. De Nieuwe Lenther Molen stond dichter bij het dorp en was dus beter bereikbaar.

1838
In 1838 kwam de molen in het bezit van een zoon uit de molenaarsfamilie Hooglugt Willem. Zijn vader, Hendrik Hooglugt, een koopman uit Haarlem, was rond 1800 vanuit het verarmde Haarlem naar Hanzestad Zwolle getrokken. Daar kocht hij een molen en hij werd molenaar. Zo vader zo zoon, want ook zijn kinderen werden molenaar in de omgeving van Zwolle. En zo werd Willem dus molenaar in Heino. Hij gebruikte de molen om koren te malen en olie te persen. Voor de molenkenners onder ons: het was een achtkantige stellingmolen van het type bovenkruier met riet gedekte flanken en een stenen onderbouw.

Reizigers moesten op diverse plekken rond Heino tol betalen. Om te voorkomen dat weggebruikers de tol zouden omzeilen, werden op verschillende zijwegen afsluitbomen geplaatst. Een daarvan was bij de molen van Hooglugt, waar een weggetje vanaf Blankenfoort (Zwolseweg 40) gedeeltelijk parallel met de Zwolseweg naar de Dalfserweg (Lentheweg) liep.

1850
In 1850 diende landbouwer H. Maat een verzoek in bij de gemeente Heino om een wind-, koren- en pelmolen op de Molenbelt te bouwen. Willem Hooglugt diende daar bezwaar tegen in omdat volgens hem geen behoefte was aan een derde molen naast die van hem en die aan de Bredenhorstweg. De bezwaren werden echter ongegrond verklaard en de molen werd alsnog gebouwd op de hoek van de Markstraat en Haarstraat. Deze molen werd bekend onder de naam Kloostermansmolen toen H. Maat de molen verkocht aan G.W. Kloosterman, koopman in Heino.

1896
Aan het einde van de 19e eeuw was malen op de wind niet meer zo rendabel en werden steeds meer molens mechanisch aangedreven. Herman Hooglugt was zijn vader Willem inmiddels opgevolgd als molenaar. Hij plaatste, na goedkeuring van de gemeente, rond 1896 een petroleummotor van 10 pk onderin in de bestaande windmolen. Voor de afvoer van water van zijn petroleummotor werd een buisleiding aangelegd vanaf het dorp naar de Kluinhaar (richting Dalfsen).

1910
De volgende Hooglugt was weer een Willem. Hij bouwde rond 1910 een graanpakhuis op 3 meter afstand van de molen en op 5 meter afstand van het midden van de weg Heino-Dalfsen. Het gebouw werd maar liefst 16 meter lang, 8 meter breed en 4 meter hoog.

1936
Inmiddels waren er meerdere maalderijen in Heino bijgekomen, o.a. de maalderij van de Heleco aan de Canadastraat. Dat zorgde voor veel concurrentie. Ook was het onderhoud van de molen niet goedkoop. Willem overwoog jarenlang om de kosten van het onderhoud te verlagen door de wieken te verwijderen en de molen te veranderen in een stoomkorenmolen, maar dat plan ging niet door. Op 18 september 1936 stond in het Algemeen Handelsblad: "Het aantal molens, dat dankzij de motor de wieken heeft verloren, is legio en helaas stijgt dat getal nog voortdurend. Thans schijnt weer een prachtige oude molen in de gemeente Heino de dupe te worden van de voortschrijdende techniek. De eigenaar was reeds lang geleden overgegaan de molen door middel van motorische kracht te drijven, maar tot nog toe bleven de wieken op hun plaats. Thans schijnt de molenaar van plan te zijn, de molen van zijn wieken te ontdoen. Waarschijnlijk kost het onderhoud de molenaar te veel. Reeds heeft de vereniging 'De Hollandsche molen' zich met deze aangelegenheid bemoeid en onderhandelingen aangeknoopt met de eigenaar en de gemeente Heino."

1941
Het tijdschrift De Molenaar meldde in nummer 20 van 1941 "…dat de mooie oude molen te Heino, een sieraad voor het dorp, gevaar loopt te verdwijnen als er niet spoedig hulp komt opdagen. De molenaar kan de herstelkosten niet alleen dragen en de gemeente Heino, die zich voor het behoud zeer beijverd heeft, kan evenmin bijspringen in de mate als haar is gevraagd. Hier zullen andere instanties hulp moeten verlenen".

1945
Het verval van de molen nam verder toe en op 15 juli 1943 verleende de gemeente een sloopvergunning. De molen werd toen onttakeld. Uiteindelijk verdween de molen uit Heino niet door sloop maar door brand. In Heino waren in april 1945 de Canadezen aangekomen. Achter de tuin van de familie Hooglugt zaten Duitsers die de Canadezen onder vuur namen. De Canadezen dachten dat de Duitsers vanuit de molen schoten en schoten terug. Daarbij vloog de molen in brand.

1994
Willem Hooglugt was inmiddels in 1941 overleden. Hij heeft de aftakeling van de molen en de brand dus niet meer meegemaakt. Zijn zoon Willy woonde daarna met zijn gezin aan de Zwolseweg 4. Na het overlijden van Willy en zijn vrouw werd de woning met bijgebouwen in 1994 verkocht aan autobedrijf R. Lindeboom en Zn. Alles werd gesloopt en op 29 maart 1997 opende  de familie Lindeboom een nieuwe garage annex showroom op deze historische plek. Autobedrijf Lindeboom is eind december 2024 gesloten.

© Tekst: Administrator

Gerelateerde informatie


OnderwerpenFoto’s





Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Administrator)