Raamstal
Ook Ramstede genoemd.
Deze boerderij was oorspronkelijk van de Bredenhorst. Hij werd later verkocht of kwam via vererving in bezit van rijke burgers, vaak uit de stad. In de winter woonden zij in of dicht bij de stad; in de zomer verbleven zij vaak op hun buitenverblijf. Ook in tijden van besmettelijke ziektes, zoals een pestepidemie,
werd er permanent gewoond. Op de buitenverblijven werden vaak jachtpartijen
gehouden.
Bij de Raamstal stond vermoedelijk een spijkerhuis of er was een herenkamer aan of in de boerderij.
In 1520 komt de naam Ramstede voor het eerst voor. Pachter was toen Gerryt van Kempen. De naam Raamstal verscheen in 1578 voor het eerst.
In 1714 werd de Raamstal verkocht aan Willem van Haersolte tot Bredenhorst. Toen zijn waarschijnlijk de landgoedlanen en parkjes aangelegd.
Er waren veel wisselingen van eigenaar en pachter, tot 1862, toen de boerderij met 9 ha grond werd verkocht aan P. van Gerner. Sindsdien is deze boerderij bewoond door de familie Van Gerner. Veehandel was een neveninkomst voor hen.
Colofon
Oud Boerenland, deel 4, H.J.A. Overkamp, 2016, Vereniging voor Heemkunde 'Omheining'

