School met den Bijbel


School met den Bijbel
© Foto voorblad: Vereniging voor Heemkunde Omheining, gepubliceerd onder de licentie/disclaimer: Vereniging voor Heemkunde Omheining

In Laag Zuthem werd op 5 januari 1920 zonder al teveel ophef de gereformeerde School met den Bijbel in gebruik genomen. Het was hoog tijd voor zo’n school, omdat de regering van plan was het bijzonder en het openbaar onderwijs gelijk te schakelen. Bovendien paste een school met deze signatuur goed bij de grotendeels gereformeerde omgeving van Laag Zuthem.

Vereeniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs

Op 13 maart werd de Vereeniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs opgericht. De vereniging telde al snel 27 leden. De eerste algemene vergadering werd gehouden op 22 mei 1918. Voor de stichting van de school deed de plaatselijke gemeenschap een toezegging van maar liefst 3.042,50 gulden. Daarnaast werd er een collecte gehouden. De voorzitter hield voor de zekerheid de sleutels van de collectebusjes in eigen beheer.

Omdat Wythmen ook een Christelijke school had, moest een gezamenlijk een grensregeling worden getroffen. Het bestuur omschreef die grens als volgt: 'Marswetering tot aan den Straatweg Zwolle-Heino, vervolgens de Straatweg tot aan den Ganzepannenbrug, terwijl aan de Oostkant van het Overijssels kanaal de Straatweg overschreden zal worden'.

Bouw van de school
Een aannemer uit Hasselt kreeg de opdracht om een tweeklassige school met onderwijzerswoning te bouwen op grond de was gekocht van H. van Dam. De bouwkosten bedroegen 29.197 gulden. De aannemer begon in de zomer van 1919 en deed zijn werk onder strak toezicht, omdat het bestuur er zeker van wilde zijn dat de specie volgens het bestek werd gemaakt. Ook moest het budget van 30.000 gulden nauwlettend in het oog worden gehouden.

Benoemingen

Op 22 september 1919 werd de heer H.J. Drok uit Dalfsen uit 59 sollicitanten geselecteerd als hoofd der school. Een van zijn eerste taken was het schrijven van een ontwerp-leerplan.


Een maand later, rond 20 oktober, werd ook een onderwijzeres aangesteld, mejuffrouw L.P. Roorda. Opvallend was wel dat op in oktober 1920 een nieuwe onderwijzer J.J. van der Waarde werd aangenomen en in december 1921 alweer een nieuwe onderwijzeres mejuffrouw H. Koetsier. Mogelijk was die laatste de vakonderwijzeres voor handwerken. Haar salaris was 1 gulden per lesuur, op jaarbasis 234 gulden. De kosten werden vergoed door de gemeente Zwollerkerspel.

Een school die een vaste plek verwierf
En zo ging de school in Laag Zuthem in januari 1920 van start, werd een niet weg te denken onderdeel van de dorpsgemeenschap en hield zich in al die jaren staande.

In 1971 werd een kleuterschool bij de school gebouwd. Het was een houten gebouw met één speelwerklokaal.

In de jaren 1990 dreigde het aantal leerlingen onder de opheffingsnorm te dalen. De gemeente Heino verlaagde toen de opheffingsnorm van de school in Laag Zuthem en verhooged die van de scholen in Heino, uiteraard met hun medewerking. Mede daardoor kon de school in Laag Zuthem blijven bestaan.

De Linde
Tachtig jaar lang stond op de gevel de naam School met den Bijbel. Sinds 20 juni 2000 heet de basisschool in Laag Zuthem De Linde. Die naam werd gekozen vanwege de oude lindeboom die ooit bij de school stond en in de oorlogsjaren werd gekapt, maar ook vanwege de jonge leilinden die bij de nieuwe school werden geplant. Op de gevel staat nog wel het bouwjaar, 1919.

Bij het 100-jarig bestaan van de school in 2020 publiceerde Omheining in het kwartaalblad wat herinneringen van de Laag Zuthemse familie Ulderink aan de school. Een paar daarvan herhalen wij hier graag.

‘Meester Struik (hoofdonderwijzer 1956-1974) was zuinig voor de school. Bij een overhoring deelde hij heel kleine blaadjes uit waarop zeker wel een stuk of tien antwoorden moesten worden geschreven. Ruimte om op zo’n klein papiertje een naam te schrijven was er niet. We moesten van huis ook altijd papier en lege enveloppen meenemen om op te kunnen schrijven.’

‘Het eerste wat je leerde in de naailes was een knoop aanzetten. Een paar kleine lapjes werden op elkaar geregen met naald en draad en vastgezet met een oude knoop uit moeders knopendoosje. Het resultaat was een inktlap, heel nuttig voor het schoonmaken van de kroontjespen. Ook leerde je de beginselen van sokkenstoppen, haken, breien en borduren.
Zelfs met de naaimachine leerden de meisjes omgaan. Bij dat onderdeel was het ook weer zuinigheid troef: er werd geen garen gebruikt om recht te leren naaien, dat was veel te duur. Je moest met de naaimachine precies recht over een lijntje op papier naaien.’

‘Meester Struik had ook een bijzondere gewoonte: om zijn kroontjespen weer blinkend te krijgen, veegde hij die als finishing touch nog even schoon aan de binnenkant van zijn gulp.’

Colofon

Kwartaalbladen Omheino, o.a. 1989 en 2020

© Tekst: Joke Zwaal

Gerelateerde informatie


OnderwerpenFoto’s



Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Administrator)