De Breedenhorst
Het voormalige Hof De Breedenhorst
Onder de rook van Heino, even ten noordoosten van de kruising van de Molenweg met de Nieuwe Wetering, staat in het weiland een monumentaal bloemstuk*. Het verwijst naar de vele landgoederen rond Heino en staat vlakbij waar eens het vroegere Hof De Breedenhorst stond. Dat was een kasteel of havezate, in latere tijden ook wel een ‘adellijck getimmerte’ genoemd, waaraan bepaalde politieke en financiële rechten verbonden waren. Eeuwenlang speelde De Breedenhorst een rol in de geschiedenis van Salland en Overijssel. Hoewel de bebouwing eind achttiende of begin negentiende eeuw verdween, blijken sporen ervan nog altijd zichtbaar in het landschap, in de bodem én in historische bronnen.
Een lange geschiedenis
Vermoedelijk werd De Breedenhorst in de veertiende eeuw gebouwd, na de ontginning van het Lierderbroek. De eerste bekende vermelding dateert uit1382 toen het Huis door de landsheer van deze streek, de bisschop van Utrecht, beleend werd aan Herman van Voorst tot Rechteren. Het Hof bleef lange tijd in eigendom van deze familie die vele bezittingen in Overijssel had. Die bestonden onder andere uit een windmolen, landerijen en meerdere boerderijen en katersteden (eenvoudige boerderijen). Tot de grotere boerderijen behoorden ondermeer het Rosendael, de Kraijenschot en het Munnikenhuis – namen die nu nog bestaan.
Ook de familie Van Haersolte woonde meer dan een eeuw op De Breedenhorst. Zij verkochten het op 9 juli 1760 aan de rijke mejuffrouw Catharina Muntz, dochter van de voormalige Heinose schout Hendrik Muntz. Op een dag in 1769 diende zich bij deze Catharina Muntz de jonker Joan Derk van der Capellen aan. Geld had hij niet, politieke ambities meer dan genoeg. Hij kon zijn plannen echter alleen waarmaken als hij toegelaten werd tot de Statenvergadering van Overijssel. Daarvoor diende hij in het bezit te zijn van een ‘adellijck getimmerte’. Via een (schijn)koop met recht van wederkoop werd hij op papier eigenaar van De Breedenhorst. Catharina Muntz bleef er al die tijd zelf wonen tot haar overlijden in 1777. Daarna werd de Breedenhorst is een groot aantal percelen verkocht. Op 5 juli 1777 werd een perceel van De Breedenhorst verkocht aan Arnoldus Wolters voor 2065 guldens 12 stuivers en 8 penningen. De originele verkoopakte bevindt zich in het archief van Omheining.
Eind achttiende, begin negentiende eeuw verloor de Breedenhorst haar politieke betekenis, onder meer door maatschappelijke en bestuurlijke veranderingen in die tijd. Bovendien, het onderhoud van dergelijke grote gebouwen was kostbaar en veel ‘adellijck getimmertes’ werden uiteindelijk gesloopt. Ook De Breedenhorst ontkwam niet aan dat lot. Het werd aan het begin van de negentiende eeuw gesloopt. Op dat moment was het vermoedelijk al niet meer dan een ruïne. De gelijknamige boerderij, die ook deel uitmaakte van het goed, bleef bestaan en werd in 1912 aangekocht door de landbouwer Herm Jan Snel. In 1927 werden de nog aanwezige grachten gedempt en behalve dat er soms wat puin door de mollen naar boven gewerkt wordt, herinnert weinig er meer aan dat hier eens De Breedenhorst stond. Slechts het eerder vermelde bloemstuk, voorts een monumentale boerderij met nog bouwsporen van een vroegere bebouwing én een rij wilgen die vermoedelijk een van de voormalige oprijlanen flankeerden, houden de herinnering aan De Breedenhorst levend.
Onderzoek
Sinds 2019 doet de Werkgroep Geschiedenis van de Vereniging voor Heemkunde ‘Omheining’ onderzoek naar de geschiedenis van De Breedenhorst. Naast bron- en literatuuronderzoek maakt ook bodem- en bouwhistorisch onderzoek daarvan deel uit.
Sporen in landschap en bodem
Een centrale vraag in het onderzoek was de exacte ligging van het gebouw. Oude kaarten uit 1781 (Van Hooff) en uit de periode 1811–1832 (Van Wijngaarden) situeren De Breedenhorst duidelijk ter hoogte van de huidige boerderij aan de Molenweg 10. Dit wordt ondersteund door kadastrale gegevens en belastingregisters, waarin “huis en erf” consequent op deze plek worden gesitueerd.
Opmerkelijk is dat op sommige kaarten ook rechthoekige structuren worden weergegeven tussen de boerderij en de Nieuwe Wetering. In sommige bronnen wordt aangenomen dat híer De Breedenhorst stond. De resultaten uit het onderzoek stellen deze interpretatie echter ter discussie. Waarschijnlijk gaat het niet om bebouwing, maar om resten van een formeel aangelegde tuin met waterpartijen, in de Franse stijl die rond 1700 en ook daarna nog, populair was. De aanwezigheid van zichtlijnen, vijvers en lanen past goed bij dit beeld.
Hoewel het terrein rond 1927 werd geëgaliseerd en sloten werden gedempt, zijn er nog altijd subtiele aanwijzingen in het landschap. Een karrespoor met knotwilgen vanaf de boerderij richting de Wetering doet denken aan een voormalige oprijlaan. Ook herinneringen van de huidige bewoner – die als kind schaatste op ondiepe waterplekken – wijzen op de aanwezigheid van voormalige grachten.
In het kader van het onderzoek voerde de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN) op verzoek van de Werkgroep Geschiedenis en met subsidie van de Gemeente Raalte in juli 2021 een non-destructief grondradaronderzoek uit. De resultaten waren veelbelovend: in de bodem werden objecten gedetecteerd die kunnen wijzen op resten van een voormalig bebouwing. Het advies luidde om vervolgonderzoek te doen.
Dat vervolg kwam er in de vorm van prikstokonderzoeken in 2022 en 2023. Vooral op het terrein direct ten westen van de toegangsweg naar de boerderij werden harde structuren aangetroffen, mogelijk bestaande uit oersteen op dekzand. Daarnaast kwamen fragmenten van rode baksteen, leisteen en aardewerk aan het licht. Het gebruik van leisteen is opvallend en wijst op een gebouw van aanzien.
Een raadselachtig bouwdeel in de boerderij
Het bouwhistorisch onderzoek richtte zich vooral op de huidige boerderij De Breedenhorst. In het woongedeelte bevindt zich een opvallende rechthoekige bouwstructuur die ouder lijkt dan de boerderij zelf. Het vermoeden bestaat dat de boerderij om een ouder bouwdeel heen is gebouwd, mogelijk een restant van de oorspronkelijke bebouwing of van een bijgebouw daarvan.
Erfgoedadviseur Ton Temming van Het Oversticht bevestigde na inspectie dat de bouwmassa rond 1900 nog een vrijwel vierkante vorm had en mogelijk onderdeel was van een grotere parkaanleg. Wellicht ging het om een tuinmanswoning of werkplaats die bij De Breedenhorst hoorde. Definitieve conclusies zijn hier echter nog niet mogelijk; nader onderzoek is nodig.
Beelden uit het verleden: tekeningen en kaarten
Naast archeologische en bouwkundige sporen spelen historische kaarten, tekeningen en prenten een belangrijke rol. Vanaf de zeventiende eeuw zijn meerdere afbeeldingen van De Breedenhorst bekend, toegeschreven aan onder anderen Abraham Rademaker, Andries Schoemaker en Jacobus Stellingwerf. Hoewel de betrouwbaarheid van sommige tekeningen ter discussie staat – vooral Stellingwerf stond bekend om zijn vrije interpretaties – vertonen ze duidelijke overeenkomsten.
Op vrijwel alle afbeeldingen is sprake van een omgracht kasteel of havezate met een poortgebouw, een hoofdgebouw en een toren. De variaties in detail kunnen duiden op verbouwingen door de tijd heen, maar ook op artistieke vrijheid. Opvallend is dat de tekeningen vermoedelijk vanuit het noordoosten zijn gemaakt, wat past bij de veronderstelde ligging van de toegangsweg.
Conclusie
Het onderzoek naar De Breedenhorst heeft nog niet alle raadsels opgelost, maar de contouren van het verhaal worden steeds scherper. Vrijwel zeker is dat het Hof De Breedenhorst heeft gestaan op of direct bij de huidige boerderij aan de Molenweg 10. De bodem bevat aanwijzingen voor funderingen en bouwmateriaal, en zowel kaarten als archiefstukken ondersteunen deze conclusie.
* Kunstenares: Linda Nieuwstad, 2014
Colofon
Canon van Heino, 2011.
Rapport Het voormalige Hof De Breedenhorst in Heino. Stand van zaken onderzoek. Een uitgave van de Werkgroep Geschiedenis van de Vereniging voor Heemkunde ‘Omheining’, februari 2024.

