Jacob de Haan, geboren 6 december 1914, zoon van botermaker Tije de Haan, wilde al jong smid worden. Met het smidsdiploma op zak ging hij op 15-jarige leeftijd aan de slag als knecht bij de smederij van Dirk Veldhuis aan de Zwolseweg 31. Hij verdiende ƒ 1,- per week plus kost en inwoning. Hier leerde hij onder andere het vak hoefsmid.
De Gouden Emmer
Op 14 november 1937 begon Jacob voor zichzelf. Met slechts een hamer, een nijptang en ƒ 40 in zijn bezit huurde hij een schuurtje van schoenmaker Heuves aan de Dorpsstraat 142A. Om de huur te kunnen betalen en om te kunnen leven leende Jacob ƒ 200 van zijn oom Chris Bos.
Natuurlijk had Jacob materiaal nodig, maar er was nog geen cent in kas. Jaap ging vervolgens op de fiets naar ijzerhandel Werle in Deventer. Daar maakte hij de afspraak dat Werle materiaal zou leveren in het vertrouwen dat er werd betaald zodra hij geld verdiende. Dit pakte goed uit. De vertrouwensband bleef, jarenlang bleef Werle materiaal leveren aan De Haan.
Hoe moest zijn nieuwe onderneming gaan heten? Smederij Jacob? Nee. Lasserij De Haan? Ook niet. Uiteindelijk had hij een naam die de lading volledig dekte: De Elektrische Grof-, Hoef- en Kachelsmederij, Autogenische Lasch- en Snij-inrichting, Handel in Landbouwwerktuigen en Constructiewerkplaats.
Een nogal lange naam, in de volksmond kreeg het bedrijf de naam De Gouden Emmer. Jaap versierde de voorgevel aan de Dorpsstraat met een bronskleurige emmer. De nieuwe Christelijke School in de nieuwbouwwijk Dorpsstraat West werd in 1973 vernoemd naar deze gouden emmer.
Ondertussen verdween de naam Jacob langzaam naar de achtergrond. In Deventer werd hij Jac genoemd en in Heino Jaap.
Jaap wist al snel een grote klantenkring op te bouwen en maakte van alles: van melkrekken tot landhekken, en van ramen van T-ijzer tot landbouwwagens. Ook repareerde hij haarden en kachels en bleef hij paarden voorzien van nieuwe hoefijzers.
Inmiddels had de melkfabriek zich als klant aangediend. Jaap laste alle stroomleidingen in de fabriek. Hij kreeg steeds meer werk en nam medewerkers in dienst, onder andere Anton Linthorst en Gait Hulleman.
Nieuw pand aan de Schoolstraat
Na de Tweede Wereldoorlog was De Gouden Emmer al snel te klein. Aan de overkant werd in 1947 aan de Schoolstraat een nieuwe smederij annex constructie-bedrijf gebouwd. Het pand was toen nog helemaal omringd door weiland. Later werd daar 'het rode dorp' omheen gebouwd.
Na 1948 lag het accent op het maken van constructiewerk voor de bouw en de productie van hooi- en industrietransporteurs. In samenwerking met twee collega's ontwikkelde hij een hooitransporteur: de Jacobsladder. Zij deden dat onder de naam HALIO, wat stond voor De Haan, Linthorst en Oldebijvank. Het bedrijf was gevestigd aan de Vlaminckhorstweg 27a. De Jacobsladder transporteerde hooi van de wagen naar de hooiberg. Voorheen gebeurde dat handmatig met de hooivork. Ook ontwikkelde het bedrijf bandtransporteurs voor de industrie waar veel met zakkengoed (o.a. graan, cement, balen en kolen) werd gewerkt en kunstmeststrooiers.
Het bedrijf aan de Schoolstraat was er natuurlijk ook nog en had inmiddels een andere naam gekregen: de Haans Constructiewerkplaats.
De tweede generatie
Begin jaren vijftig kwamen Jaaps zonen Tije (1938) en Jaap jr. (1940) in beeld. Ze groeiden op met het bedrijf en behaalden hun vakdiploma's. Uiteindelijk gingen ze vast in het bedrijf werken. Bij de Boerenleenbank werd met succes een lening aangevraagd en de eenmanszaak werd omgezet naar een VOF (Vennootschap onder Firma). Ook de naam veranderde, ditmaal in De Haans Machine en Constructie.
De beide broers besloten meer op de industriële toer te gaan. Er werden lange dagen gemaakt. De twee draaibanken draaiden continu, zo'n 60 tot 70 uur in de week. Diverse klussen uit die tijd waren: al het ijzerwerk voor de nieuwbouw van bejaardencentrum de Vloedgraven, het ijzerwerk voor de graansilo's van de Maalderij, gas-en waterdichte deuren voor de Hunzecentrale in Groningen, zware deuren voor de munitiebunkers in Ommen, speeltuintoestellen, en alle werkzaamheden voor betonfabriek Sterbeton.
In 1974 veranderde de bedrijfsvorm van VOF in een BV. De naam veranderde in De Haan Machinefabriek en er werd een logo ontwikkeld: dHM.
Voortdurend moest het machinepark uitgebreid worden en personeel worden aangenomen. Het pand in de Schoolstraat puilde uit. Onder het motto 'stilstand is achteruitgang' werd ingezet op een locatie buiten de dorpskern.
Nieuw pand 't Zeegsveld
De directie slaagde er in een halve hectare te bemachtigen op het nieuwe industrieterrein 't Zeegsveld. Hier werden een nieuwe bedrijfshal met kantoren en kantine gebouwd. In 1981 was de officiële opening. Helaas maakte Jaap sr, de grondlegger van het bedrijf, het niet meer mee. Hij overleed in 1978 op slechts 63-jarige leeftijd.
Na de verhuizing belandde Nederland in een economische recessie. Er was bijna geen werk en het oude pand aan de Schoolstraat kon pas na 2,5 jaar worden verkocht. Tije bleef positief: 'hoofd koel en voeten warm' waren zijn woorden. En hij kreeg gelijk. De economie trok weer aan en er kwamen diverse opdrachten uit verschillende industriële sectoren, onder andere van Stork Werkspoordiesel in Zwolle. Dit leidde weer tot diverse uitbreidingen van de onderneming.
Derde generatie
In 1989 kwam Jack, de zoon van Tije, in dienst. Ook de dochter Ilse kwam de gelederen versterken. Jaap jr ging in 2000 met pensioen, Tije in 2003. Jack de Haan, de derde generatie, nam het stokje over en leidt nu het bedrijf met 6500 vierkante meter en 50 medewerkers. Dit bedrijf is een prachtig voorbeeld van 'dorpssmid naar een gerenommeerde machinefabriek'.
Colofon
Kwartaalblad Omheining, nummer 4, december 2016
Archief Omheining
www.wiewaswie.nl
Boek 'Van dorpssmid naar een gerenommeerde machinefabriek" geschreven door Tije de Haan, tgv het 75-jarig bestaan van de Haan Machinefabriek.


