Kalverschetser
Een kalverschets was een document waarop het vlekkenpatroon van een kalf werd weergegeven. Van 1933 tot en met 1991 was het wettelijk verplicht in de rundveehouderij. Omdat van elk rund het vlekkenpatroon uniek is, was het eigenlijk een paspoort voor een bepaald dier. Een kalf of koe mocht niet vervoerd of verhandeld worden zonder schets.
Op de schets stonden twee afbeeldingen van een rund, een keer van de linker- en een keer van de rechterkant. In die afbeeldingen moest de schetser de vlekken tekenen. Verder moest hij opschrijven welke kleur het rund had, bijvoorbeeld ZB (zwartbont) of MRIJ, dat stond voor Maas, Rijn en IJssel en dat stond weer voor roodbont. Daarbij kwamen dan nog gegevens zoals ras, naam , geboortedatum, ouders, eigenaar en wat verder van belang was.
Als de boer bang was dat zijn kalf niet goed te onderscheiden was door middel van de vlekken, kon er schetser ook nog een oorblik bevestigen. Dat gebeurde ook bij dieren van één kleur die niet te schetsen waren. De blikken gingen in één oor. Veel koeien verloren ze, dan bleven ze ergens achter hangen en scheurden ze uit het oor.
De kalverschetsers die dit werk uitvoerden waren vaak boerenzoons, omdat deze vertrouwd waren met het boerenbedrijf en wisten wat ze konden verwachten. Vaak deden ze dit naast hun 'gewone' werk in bijvoorbeeld de zuivelfabriek, soms in de avonduren. Kalverschetsers in Heino waren o.a. Joop Neppelenbroek, Wim Boxebeld en A. Roessink.
In 1992 ging in Nederland de registratie van runderen over van de schets op het oormerk.
Colofon
Wikipedia en andere internetbronnen

