Boerderij Klein Heerenbrink was de grootste boerderij van buitenplaats De Heerenbrink, die in 1603 nog een 'haevesaete' werd genoemd. Van 1675 tot 1695 werd Kleine Heerenbrink bewerkt door Assien sr. en Assien Gerrits jr. In 1682 had de boerderij een vuurstede en een panoven. Dit soort onderdelen werden destijds extra belast en zo te zien aan de hoogte van de belasting, was de boerderij zelfs groter dan het buitenhuis zelf. Kleine Heerenbrink moest bijna 24 gulden betalen en De Heerenbrink zelf maar 9,5 gulden.
In 1725 werd de boerderij nog Cornelishuis genoemd naar de bewoner Cornelis Jansen en de weg voorlangs werd Cornelis Steege. Vanaf ongeveer 1750 werd de boerderij Klein Heerenbrink genoemd. Het stond bekend als een zeer groot erf dat in goede staat van onderhoud verkeerde.
De katersteden om de grote boerderij heen hielpen in drukke periodes mee. Zij kregen daarvoor als vergoeding bijvoorbeeld een gedeelte van de oogst of ze mochten gebruikmaken van een paard.
In 1817 werden alle bezittingen van het landgoed De Heerenbrink verkocht, zo ook Klein Heerenbrink. Dat werd gekocht door de pachter Hendrik Klein Heerenbrink. Maar het leven van boeren was zwaar in die tijd en velen overleden op jonge leeftijd. Zo ook Hendrik, die al overleed in 1823. Zijn weduwe hertrouwde wel, maar besloot toch de boerderij in 1834 te verkopen aan baron W.T. van Middachten, de eigenaar van De Heerenbrink.
De boerderij werd daarna verpacht aan Hermannus Stegeman, gevolgd door Hermannus Kloppenberg. Na diverse aan- en verkopen wisselden eigenaren en pachters snel na elkaar. J. Vlaskamp verbleef er het langst namelijk van 1910 tot 1933. Daarna werd de boerderij verkocht aan Th.J. Kortstee en deze familie woonde er in 2026 nog steeds.
Colofon
Oud Boerenland, deel 4, Herman Overkamp, 2016, Vereniging voor Heemkunde Omheining

