Oude ambachten
Vroeger maakten mensen producten met de hand en ze leerden hun vak vaak van generatie op generatie. Veel oude ambachten zijn tegenwoordig vrijwel volledig verdwenen doordat machines en moderne technologie het werk sneller en goedkoper kunnen doen.
Voorbeelden zijn de lantaarnopsteker, die vroeger straatlantaarns met de hand aanstak, of de klompenmaker, die houten schoeisel maakte voor arbeiders en boeren. Klepperwachter, sleper en marskramer zijn ook van dat soort beroepen.
De beroepen die tussen 1840 en 1940 het meeste voorkwamen in Heino waren landbouwer, kleermaker, bakker, naaister, schoenmaker, timmerman, tapper(ster)/caféhouder(ster) en grutter/kruidenier.
In 1851 telde Heino volgens de gemeenteverslagen de volgende ambachten:
| timmerlieden | 15 |
| kleermakers | 14 |
| naaisters | 12 |
| bakkers | 9 |
| schoenmakers | 8 |
| smeden | 4 |
| wevers | 4 |
| rietdekkers | 3 |
| kuipers | 3 |
| molenaars | 3 |
| breisters | 2 |
| grutters | 2 |
| klompenmakers | 2 |
| metselaars | 2 |
| spekslagers | 2 |
| stoeldraaiers | 2 |
| schilders | 2 |
Colofon
Middenstand in Boerenland, 2022, Vereniging voor Heemkunde 'Omheining'
Bevolkingsregisters (Geerlig Nijland)

